
Toen we bij een groot paleis kwamen, ging signora Sarasate langzamer lopen. Voor de zandstenen poort bleef ze even staan en trok haar pak recht. Toen vermande ze zich, sloeg af door de poort en liep overdreven energiek meteen op de ingang van het paleis af.
‘Bonsoir, monsieur le ministre!’ riepen de wachters in hun livrei. Ze salueerden en klakten hun hakken tegen elkaar. Signora Sarasate keurde de mannen geen blik waardig, liep met verende stappen de vijf treden op naar de voordeur en verdween naar binnen.
