Ontbindingsangst, Koen Sels De huiverende waaier Ann Cotten, DeReactor, 11/07/2019

Niets mag zich ontwikkelen, niets ontstaan, er is al genoeg. Een verdwijnen is waarmee ik verlok en wat me verlokt. Enkel beginnen, en wel niets. En eventueel binnentreden in een niets betekenende roes, waarvoor al wat aan de wereld ondraaglijk is hetzij onbekend, hetzij een volslagen abstract raadsel is, waarin je als in zee kunt zwemmen. De afgeronde zekerheden waar je een dreun van krijgt, die je aan barrels slaan, of minstens aan hen door voetenwerk ontkomen.   

Maar Cotten zou Cotten niet zijn als het breiwerk daarmee af zou zijn, en het probleem louter filosofisch afgehandeld. Moet de ik zich immers in de eerste plaats wel verdedigen omdat ze niet aangetrokken is, zo lijkt ze zich af te vragen, omdat ze niet in de levens van haar spoken wil zijn? Als een bijgedachte valt haar het volgende binnen: ‘Wentel ik niet louter alles aan het vrouw-zijn wat ik niet zijn wil, op jullie af?’ Uiteraard moet zij geen liefde geven, zo beseft ze, simpelweg omdat ze vrouw is; uiteraard moet ze zich niet laten binden: ‘Ik heb afgekeken hoe de mannen dat doen. Ik denk dat je je anders niet kunt bevrijden. Storm je naar voren, dan creëer je een boeggolf. Draai je je om, gebaar je stomweg “Wat nou?” En het ziet er verdomd goed uit. En hoppa.’

@DeReactor

@leesmagazijn.shop