Witte mensen, Joden en wij, Houria Bouteldja

..mijn ervaring en gevoel put ik uit de geschiedenis en het heden van de Maghrebijnse, Arabisch-Berbers-islamitische immigratie. Het is vanuit die achtergrond dat ik me uitdruk. Voor het overige ontleen ik de slagzin ‘revolutionaire liefde’ aan Chela Sandoval, een Chicana militante bij wie ik hem voor het eerst hoorde. Ik weet niet hoe zij hem invulde, maar de uitdrukking beviel me wel. Ten slotte de categorieën die ik gebruik: ‘witte mensen’, ‘Joden’, (*) inheemse vrouwen’ en (**) inheemse mensen/autochtonen’° zijn sociale en politieke begrippen. Ze zijn – op dezelfde manier als ‘arbeiders’ of ‘vrouwen’ – producten van de moderne geschiedenis. Ze zeggen absoluut niets over de subjectiviteit of over een of ander biologisch determinisme van individuen, wel over hun positie en hun status.

(*) Centrum/periferie. Met de Algerijnse onafhankelijkheid in 1962 geraakte dit onderscheid geïnternaliseerd in de Franse Republiek, of, zoals Sadri Khiari het uitdrukt, ‘in de vijfhoek blijft de Republiek een onderscheid maken tussen burgers en indigènes, volgens hun kleur of oorsprong’ (in: La Contre-révolution coloniale en France. De de Gaulle à Sarkozy, La Fabrique, 2009.) noot vertaler

(**) Dit koloniale, maar actuele onderscheid, wordt als geuzennaam opgeëist door de politieke partij PIR, de Partie des Indigènes de la République, waar Khiari en Bouteldja deel van uitmaken. Zie Wiki Fr: Indigénat, (Code de l’Indigénat). noot vertaler

Waarom ik dit boek schrijf?

Omdat ik Gramsci’s woede deel: ‘De oude wereld ligt op sterven, de nieuwe laat op zich wachten. En in deze schemerzone ontstaan monsters.’ Met name het fascistische monster, geboren uit de schoot van de westerse moderniteit. Zeker, het Westen is niet meer wat het geweest is. China is ontwaakt. Ik zie geen reden om me erover te verheugen, maar aan de andere kant ben ik er zeker van dat de neergang van de squatter van de Olympus goed nieuws is voor de mensheid. Toch ben ik er verschrikkelijk bang voor. Hij en zijn manie om in tijden van diepe crisis zijn rechterarm te heffen. Hoe gaat hij ons fijnmalen in zijn laatste stuiptrekkingen? Om die funeste afloop te bezweren, beweren sommigen dat ‘de Afrikaanse mens nooit echt de geschiedenis is binnengetreden’ en anderen dat ‘niet alle beschavingen gelijkwaardig zijn’. Of ze prijzen ‘het positieve werk van Frankrijk in zijn koloniën’. Zwanenzang. De woorden van Césaire weerklinken: ‘een beschaving die kolonisatie verdedigt […] schreeuwt om zijn eigen Hitler, […] zijn eigen afstraffing.’ Vandaar mijn vraag: wat kunnen we de witte mensen bieden in ruil voor hun neergang en de oorlogen die dat voorspelt? Eén enkel antwoord: vrede. Eén enkel middel: revolutionaire liefde. Het hierna volgende betoog is slechts een zoveelste – ongetwijfeld wanhopige – poging om die hoop nieuw leven in te blazen. Echt, het is slechts mijn verschrikkelijke ijdelheid die me erin laat geloven. Een ijdelheid die ik met Sadri Khiari deel, een andere zachtmoedige dromer, van wie de volgende uitspraak is: ‘Omdat het de onmisbare medespeler van de inheemse mensen is, is links hun eerste opponent.’[1]


°Antonio Gramsci, Quaderni del Carcere, Vol. 1, Q3, §34, Turijn: Einaudi, 1977, p. 311. – noot vertaler

[1] Sadri Khiari, Pour une politique de la racaille. Immigré-e-s, indigènes, jeunes de banlieue, Parijs: Éditions Textuel, 2006.


Uitspraken respectievelijk uit het beruchte ‘discours de Dakar’ van de Franse president Nicolas Sarkozy, op 26 juli 2007 in Senegal, voor een overwegend Afrikaans publiek en van de Franse minister van Binnenlandse Zaken (en immigratie) Claude Guéant, op 4 februari 2012 voor de Assemblée Nationale, het Franse lagerhuis. ‘Het positieve werk…’ is een pseudo-citaat uit het sterk bekritiseerde artikel 4, alinea 2 van de Franse wet op het kolonialisme van 23 februari 2005, dat gewaagt van een ‘positieve rol van de Franse aanwezigheid overzee’. – noot vertaler.


‘Femmes indigènes’ en ‘indigènes’: de term indigène betekent algemeen ‘inheems’, ‘ingeboren’, ‘inlander’, ‘autochtoon’. In Bouteldja’s tekst functioneert hij ook binnen de historische tegenstelling ‘citoyen/indigène’, een in de Franse context koloniaal onderscheid om de tegenstelling of liever geracialiseerde hiërarchie tussen witte burgers van de vijfhoek en koloniale, gekleurde subalternen in casu uit Noord-Afrika en specifiek uit Frans-Algerije, aan te duiden.

Houria Bouteldja

in voorbereiding vertaling Joost Beerten