Weerdagboek (distortions), Alexey Konakov, vertaling Annelies de hertogh en Els de Roon Hertoge

In Weerdagboek (distortions) is Sint-Petersburg meer dan een decor van het weer: sneeuw, regen, straten, bruggen en rivieren waarin de schrijver zich beweegt. De Nevski Prospekt, de Savoesjkinstraat, de Primorskiboulevard, de Nalitsjny-brug, maar ook eilanden als Vasili-eiland, Jelagin, Kamenny en Krestovski. Samen vormen ze een weefsel dat zowel vertrouwd als dreigend is.

Tegen deze stad speelt zich het huiselijke leven af: koken, gesprekken aan tafel, vrouw en kinderen. In de vertrouwdheid begint de taal te verschuiven. Zinnen vallen uiteen, woorden verliezen hun vaste betekenis. In de marge verschijnen reptiloïden, kosmische machten en complotten – alsof ze uit ruimte, uit het weer, oprijzen.

Het dagboek brengt geen orde aan, maar laat juist de scheuren zien: tussen weer en familie, stad en kosmos, observatie en hallucinatie. Weerdagboek (distortions) is zo een document dat weigert houvast te bieden en de lezer confronteert met een werkelijkheid waarin St. Petersburg zelf meeschrijft.

Aleksej Konakov is literatuurwetenschapper en kenner van de cultuur van de late Sovjettijd.

**

Wenken vooraf

Voor u ligt het dagboek van een krankzinnige. Wie vertrouwd is met de klassieke Russische literatuur denkt nu meteen aan Tolstoj of Gogol: die hebben allebei een verhaal met die titel geschreven. Ook het feit dat de dagboekschrijver zichzelf nihilist noemt, roept associaties op met de negentiende-eeuwse literatuur. Het was Toergenjev die in zijn roman Vaders en zonen het woord een nieuwe betekenis gaf door het bij monde van zijn hoofdpersoon Bazarov te definiëren als ‘iemand die geen principe zomaar op goed geloof aanneemt, hoe goed en eerbiedwaardig het ook moge zijn’. Maar onze krankzinnige is een moderne man. Een ingenieur met een gezin, een baan en een datsja. Die het heeft over Elon Musk, Twitter en amigurumibeestjes, met zijn kinderen in het park gaat wandelen en veloutésaus maakt met zijn vrouw. 

Onze ‘krankzinnige’ is ook uitermate belezen: hij verwijst in zijn notities onder meer naar de Franse marxistische theoreticus Guy Debord en naar undergroundauteurs uit de Sovjettijd, zoals Leon Bogdanov. Daarnaast strooit hij kwistig met termen uit de natuurkunde, meteorologie, geografie, paleogeografie en astronomie, maar ook met begrippen uit pseudowetenschappen als de alchemie en de astrologie. Wat hem ‘krankzinnig’ maakt is dat hij deze wetenschappelijke en pseudowetenschappelijke kennis gebruikt als bevestiging van de complottheorie waarvan zijn realiteit doordrongen is: reptiloïden hebben de wereld overgenomen nog zonder dat de meeste mensen het door hebben, iets wat alleen maar slecht kan aflopen. Daarbij treedt er door toedoen van deze reptiloïden in alle aspecten van het leven vervorming op, distortion

‘De reptiloïden hebben de distortion bedacht, en sindsdien lopen meters sneller, zijn renovaties duurder geworden, en wát is er gebeurd met de kaas en melk uitt de Semisjagov?’ 

U leest het goed: de distortion is niet alleen het leven maar ook de taal binnengeslopen. Zonder dat de dagboekschrijver er invloed op kan uitoefenen rollen er vervormde woorden uit zijn pen: verdubbelde medeklinkers zoals hierboven, maar ook verkeerde naamvallen (het Russisch heeft er zes), verkeerde of overtollige voorvoegsels, rare woordvolgordes, ongebruikelijke woordkeuzes enzovoort. Ook lijkt hij soms te twijfelen of hij een woord wel goed heeft opgeschreven: ‘polaire (populaire?)’, ‘doemberichten (droomgezichten?)’. En nu en dan verliest hij helemaal de controle over zijn verhaal en lijkt het alsof de reptielen zelf het woord nemen met de hoofdpersoon als spreekbuis: ‘zssjotsjendzj oggd’, ‘ollodo eift!’

Het is niet toevallig dat de dagboekschrijver bekend is met obscure literatoren en pseudowetenschap. Zijn geestelijk vader, Aleksej Konakov, is literatuurwetenschapper en onderzoeker van de late Sovjetcultuur, met name van de undergroundliteratuur uit die periode. Hij schreef verschillende literatuurwetenschappelijke boeken, onder meer over de genoemde Leon Bogdanov, wiens proza niet alleen absurdistische kenmerken vertoont, net als Weerdagboek, maar ook vaak in dagboekvorm wordt gepresenteerd. Konakov schreef ook een boek over een van zijn andere interesses: het Sovjet-Russische discours over paranormale verschijnselen zoals helderziendheid, vliegende schotels en de Toengoeska-explosie. Het moge duidelijk zijn dat Weerdagboek (distortions), zijn prozadebuut, schatplichtig is aan die beide interesses. 

Net als Konakov is onze dagboekschrijver een Petersburger, en dat zult u merken. Hij noemt in zijn relaas meer straten, bruggen, eilanden, rivieren, stadswijken en metrohaltes dan we van de gemiddelde roman gewend zijn. De geografie is dan ook van belang voor zijn reptiloïdentheorie. U kunt ervan uitgaan dat deze locaties allemaal in (of onder, in het geval van de aardlagen en de metro) Sint-Petersburg liggen. Maar om u te helpen zich in de stad te oriënteren hebben we op p. xx een kaartje opgenomen met daarop de belangrijkste plaatsnamen. Op het kaartje geven we die zonder vervorming weer. U zult er dus niet ‘Ochta-desolaatzijde’ vinden, maar ‘Ochtazijde’, en niet ‘Vliegenier Savoesjkinstraat’, maar ‘Savoesjkinstraat’. 

De vele wetenschappelijke en pseudowetenschappelijke termen krijgen van ons, net als de plaatsnamen, geen aparte noten. De gemiddelde lezer weet weliswaar niet wat het Wolfgetal, warvenklei, de theorie van de warmtevloeistof of de Grote Arcana inhoudt, maar dat doet er ook niet zo toe, wat ook blijkt uit het feit dat Konakov geen notenapparaat bij zijn novelle heeft opgenomen. Om die reden laten ook wij die termen onverklaard, op een paar gevallen na waarin niet meteen duidelijk is dat het om iets (pseudo)wetenschappelijks gaat. 

Maar tussen al die wetenschappelijke termen door worden ook heel veel realia genoemd die voor de Russischtalige lezer wél te plaatsen zijn. We komen namen van Russische supermarkten tegen, zoals de Pjatjorotsjka en de Semisjagoff (vervormd tot Semisjagov), oude Slavische feestdagen en vooral heel veel personages uit de Sovjetjeugdliteratuur en -tekenfilms, van het olijke duo Meneer Potlood en Knutsel en de goede heks Villina tot Doeremar, de slechterik uit het Russische verhaal van Pinokkio. Deze termen hebben we in de meeste gevallen verklaard in de notenlijst op p. XX. Om het leesritme niet te verstoren hebben we daarbij geen aanduidingen geplaatst in de tekst. 

Om de tekst te kunnen vertalen hebben wij ons trouwens wél moeten verdiepen in de wetenschappelijke uitlatingen van de hoofdpersoon. En wat blijkt: hij mag dan krankzinnig zijn, hij weet waar hij het over heeft. 

Het is niet erg dat de gekochte kabeljauw stinkt – dat zijn de osmolietenvloeistoffen maar, die in elke zeevis zitten en worden omgezet in trimethylamine. Die spoelen we af met water. We voegen citroensap toe (om de mufheid van de gedissocieerde vetmoleculen te verdrijven), bakken het geheel binnenin de oven ondder een laag harde (niet-harde) Partizaanse kaas. Trom-polotrom, aha.)

Ook zijn dagelijkse aantekeningen over het weer en de astrologie berusten op de werkelijkheid. Aan de hand van die gegevens, die hij met uiterste precisie optekent, kunnen we zelfs vaststellen dat het dagboek begint op 29 augustus 2021 en eindigt op 31 augustus 2022. Een woelige tijd dus: halverwege die periode viel Rusland Oekraïne binnen. 

Toch vermeldt de dagboekschrijver geen maatschappelijke gebeurtenissen en noemt hij zijn stad af en toe Leningrad, alsof hij heden en verleden door elkaar haalt. Die dingen zijn voor hem niet van belang, de hele mensheid is immers in gevaar, de hele aarde stevent door de geniepige acties van de reptiloïden af op een catastrofe. En hij als ‘kleine man’ moet machteloos toekijken. Het enige wat hij kan doen is spelletjes spelen met de kinderen en veloutésaus maken. En heel secuur zijn dagboek bijhouden.

Een heel dun ruitjesschriftje, 12 maatjes. Noteer je wat er is voorgevallen – gebeurtenissen, gedachten, werkwoorden, oorzaken, gevolgen – dan begrijp je misschien hoe je in hier terecht bent gekomen (en wanneer alles nu precies in het honderden is gevallen). Jammer natuurlijk dat je geen schrijver bent: de Mercuriusberg op je rechterhand is zo goed als afwezig (al zeggen ze dat je bij de Sportmaster speciale handtraineren kunt kopen).

Annelies de hertogh en Els de Roon Hertoge

(Beta, XX zijn de pagina’s van het boek dat opgemaakt wordt).