Luc Boudens

De veelzijdige Vlaamse kunstenaar Luc Boudens (1960) richtte in 1984 het Centrum voor Documentatie en Reëvaluatie op. Dit CDR legde zich toe op Vlaamse (ook franstalige) literatuur uit het interbellum. Eind jaren 80 vulde hij zijn literaire carrière aan met twee verhalenbundels, Vrijdag visdag en De tiende provincie. Hierna debuteerde hij ook als romancier met de werken Het zijn lange dagen, die hij promootte met een literaire videoclip, Het lijden van jonge Werner en Gesloten vanwege familieomstandigheden. Uiteindelijk bracht hij ook nog een dichtbundel uit: Wie legt er mee patience?

Boudens werd geschaard bij de andere Vlaamse ‘mooie jongen goden’ Tom Lanoye en Herman Brusselmans die door critici bestempeld werden als de ‘luidruchtige Belgen’. Boudens is tegenwoordig lang niet zo luidruchtig meer en spendeert zijn tijd vooral aan de plastische kunsten. Ook zijn lino’s, tekeningen en schilderijen publiceerde hij, hoewel in zeer beperkte, met de hand gelegde en met de handpers gedrukte bibliofiele uitgaves. Het schrijven gaf hij echter nooit helemaal op en nu komt hij terug met een  roman.

Op eenzame hoogte. De roman beschrijft het proces van de emotionele verlichting. Brussel. De toevallige ontmoeting met student Bastien haalt het comfortabele bestaan van investeerder Amaury helemaal overhoop. Deze bejaarde bankier ontdekt prompt dat zelfs iemand als hij, typische telg van een vermogend geslacht, over emoties beschikt. Zijn genegenheid voor Bastien onthult gestaag wat hij al die tijd verborgen hield. Plots lijkt zijn hele wereld weer op te warmen. Gedeelde fascinatie voor het werk van Jean Cocteau betekent voor Amaury een zenuwslopende afdaling in zichzelf, voor Bastien een wegwijzer voor de toekomst. Wat veelbelovend startte, leidt tot een helse neergang.

Het zijn lange dagen en wij bekwamen ons als uurmoordenaars in het feilloos doden van de tijd.’

Stefan Meirhaeghe, meest flamboyante barman der Vlaamse stede Kortrijk, telt de voorbijgaande dagen doelloos op. Drank, mannen en bars; zo rijgen de uren zich aaneen en meer dan de zich steeds herhalende troosteloosheid heeft de stad hem niet te bieden. Zijn escapisme is extreem en genadeloos: als enige verweer tegen de leegheid en de buitengewone domheid van zijn medemens, schept hij er een duivels genoegen in hen met meer dan enig sadisme neer te sabelen. Alsof dat de grenzen van zijn eigen middelmatige bestaan kan oprekken… Stefans verstikkende cynisme en eindeloze bacchanalen zijn een vicieuze cirkel van existentiële wanhoop waaruit ontsnapping onmogelijk lijkt, een vluchtpoging om te ontsnappen aan de wanhoop van een generatie.

Luc Boudens (1960) debuteerde in 1988 met de verhalenbundels Vrijdag visdag en De tiende provincie. Het zijn lange dagen verscheen in 1989 en was zijn eerste roman, en Boudens werd in één adem genoemd met Tom Lanoye en Herman Brusselmans als een van Vlaanderens mooie, jonge goden die de letteren uit hun sluimerslaap lieten ontwaken. Na een lange stilte keerde Boudens de schrijver-schilder terug met de in 2014 verschenen roman Op eenzame hoogte.

Deze heruitgave markeert de terugkeer van zijn schrijverschap. ‘Zeker is dat je bij Boudens een bijna ouderwets metier en vertelzwier proeft.’ De Morgen

‘Boudens schrijft secuur en onderhoudend zonder tafelspringerij of sensationele scènes. Een verademing in deze emotijden.’ Knack

@leesmagazijn.shop